Eén applicatie, drie vormen
Eén uitrol
Eenvoudig om te bouwen, te testen en uit te rollen, maar elke wijziging levert de hele applicatie en alles schaalt samen.
Monoliet of microservices?
Monolithische architectuur
Eén enkele codebase en één uitroleenheid. Alle componenten zijn sterk gekoppeld en worden samen uitgerold.
Voordelen
- In het begin eenvoudig te ontwikkelen en uit te rollen
- Eenvoudiger debuggen en testen
- Betere performantie (geen netwerklatentie)
- Lagere operationele complexiteit
Uitdagingen
- Moeilijk om specifieke componenten te schalen
- Grote codebase wordt moeilijk te onderhouden
- Lange releasecycli
- Vastzitten aan één technologiestack
Wanneer gebruiken: Kleine tot middelgrote applicaties, start-ups, MVP's, teams met een beperkte DevOps-maturiteit
Microservices-architectuur
Een applicatie die bestaat uit kleine, afzonderlijk uitrolbare services. Elke service beheert zijn eigen gegevens en communiceert via API's of berichten. Lees meer over microservices op Azure.
Voordelen
- Onafhankelijke uitrol en schaling
- Technologische diversiteit per service
- Foutisolatie (een storing in één service legt niet alles plat)
- Autonomie van teams en parallelle ontwikkeling
Uitdagingen
- Complex beheer van een gedistribueerd systeem
- Aandachtspunten rond netwerklatentie en betrouwbaarheid
- Gedistribueerde transacties en gegevensconsistentie
- Operationele overhead (monitoring, logging)
Wanneer gebruiken: Grote ondernemingen, applicaties op grote schaal, teams met DevOps-ervaring, polyglotte vereisten
Andere architectuurstijlen
Event-driven architectuur
Systemen communiceren via events (statuswijzigingen). Producers publiceren events; consumers reageren asynchroon. Dat maakt losse koppeling en realtime verwerking mogelijk.
- Event notification: Lichte events die melden dat er iets is gebeurd
- Event-carried state transfer: Events bevatten alle benodigde data
- Event sourcing: Alle statuswijzigingen opslaan als onveranderlijke events
- CQRS: Aparte lees- en schrijfmodellen, gesynchroniseerd via events
Azure-diensten: Event Grid, Event Hubs, Service Bus, Cosmos DB Change Feed
Gelaagde architectuur (n-tier)
Klassiek patroon dat code ordent in horizontale lagen, waarbij afhankelijkheden van boven naar beneden lopen.
- Presentatielaag: UI, controllers, view models
- Bedrijfslogicalaag: Domeinmodellen, bedrijfsregels, workflows
- Gegevenstoegangslaag: Repositories, ORM's, databasecontexten
- Overkoepelende aspecten (cross-cutting concerns): Logging, caching, authenticatie
Wanneer gebruiken: Traditionele bedrijfsapplicaties, goed gekende domeinen, teams die vertrouwd zijn met een gelaagde aanpak
Hexagonale architectuur (ports & adapters)
Bedrijfslogica in het centrum, externe afhankelijkheden (databases, API's, UI) als adapters. Ports leggen de contracten vast, adapters implementeren ze.
- Kerndomein: Zuivere bedrijfslogica, zonder afhankelijkheden van frameworks
- Ports: Interfaces die vastleggen hoe de buitenwereld met de kern communiceert
- Adapters: Implementaties voor databases, web-API's en message queues
- Voordelen: Testbaarheid, onafhankelijkheid van technologie, duidelijke grenzen
Serverless architectuur
Event-driven rekenkracht die automatisch schaalt, zonder serverbeheer. U betaalt alleen voor de uitvoeringstijd.
- Azure Functions: HTTP-triggers, timers, queue- en blobtriggers
- Logic Apps: Workfloworkestratie met een visuele designer
- Durable Functions: Stateful workflows met checkpoints
- API Management: Gateway voor serverless API's
Wanneer gebruiken: Wisselende workloads, eventverwerking, kostengevoelige scenario's, snelle prototypes